print
Tabularium # 5 – LABYRINT
Louis De Cordier

Intro

“… Ik zag het en het is grooter dan alle beschrijving. Want indien iemand de gebouwen en alle werken door de Hellenen verricht bij elkander zou willen tellen, dan zouden zij blijken van minder moeite en kosten te zijn dan dit labyrinth, en toch is ook de tempel in Ephesus belangrijk en die in Samos. Ook de pyramiden waren boven beschrijving en ieder van hen opwegend tegen vele en groote Helleensche werken, doch het labyrinth overtreft zelfs ook de pyramiden. Want het heeft twaalf overdekte hallen met tegenoverstaande deuren, zes naar den noordewind en zes naar den zuidewind gericht, aan elkander verbonden, en één zelfde muur omsluit ze van buiten. Er zijn twee soorten van kamers in, de eenen onder den grond, de anderen in de lucht op de eersten, drieduizend in getal, vijftienhonderd van ieder soort. De vertrekken in de lucht hebben wij zelf gezien en doorwandeld en zelf ze aanschouwende spreken wij er over, doch de onderaardsche kennen wij enkel uit berichten. Want de Egyptische bewakers wilden ze geenzins laten zien, bewerende, dat daar de graven waren van de koningen, die het eerst dit labyrinth bouwden en van de heilige krokodillen. Zoo dan spreken wij over de vertrekken onder den grond van hooren zeggen er over leerende; die daar boven, grooter dan de werken der menschen, zag ik zelf. Want de wandelingen door de kamers en de drentelingen door de hallen, rijk aan merkwaardigs, boden mij ontelbare wonderen, als ik uit de hallen in de vertrekken ging en uit de kamers in de zuilengangen, en weer naar andere vertrekken uit de zuilengangen en naar andere hallen uit de kamers. Het dak van dit alles is van steen, evenals de muren, doch de muren zijn vol ingehouwen beelden; en iedere hal is met zuilen omgeven van witten, goed aaneensluitenden steen. Bij den hoek, waar het labyrint eindigt, staat een pyramide van veertig vademen, waarin groote figuren zijn ingehouwen; onder de aarde is een weg daarheen gemaakt.”

Uit: Herodotus / Boek II – vertaald door Ch. M. van Deventer

 

Louis De Cordier

In het belang van zijn reizen ontwikkelt Louis De Cordier installaties en modules. Vaak zijn die constructies nauw verbonden met de natuur in die zin dat ze ontworpen en gebouwd zijn als potentiële attributen om (in) te overleven. Louis De Cordier bevindt zich daarmee op het grensvlak van architectuur, kunst, techniek en wetenschap. Zo realiseerde hij vorig jaar in het kader van de tentoonstelling ‘No Man’s Land’ een soort van survival uitrusting. Tools die voorzien in primaire menselijke behoeften zoals bescherming, voeding en contact. Een lichtgewicht honingraatframe als potentiële draagstructuur voor een tent, een trampolinevormig frame met membraam om vocht uit de lucht op te vangen, een spiraalvormige antenne waarmee radiogolven vanuit de ruimte gedetecteerd kunnen worden. Hoewel de drie installaties in hun opstelling veel grondoppervlak innamen, was het eveneens overduidelijk hoe compact en moeiteloos ze, ten behoeve van een eventuele doorreis, kunnen opgevouwen en meegenomen worden.

Dit voorbeeld illustreert dat wat de kunstenaar maakt, geen louter utopische constructies zijn. Het zijn vaak objecten met een functie. Van primaire instrumenten om te kunnen leven tot hoog technologische, ter ontdekking van kennis. Niet alleen het element ‘actie’, maar ook het begrip ‘tijd’ speelt daarin een bepalende en betekenisgevende rol. Of zoals hij het zelf formuleert: “Het werk ontstaat uit een nood om dingen te maken of te vinden die als kennisdragers de tijd (kunnen) overleven. Mijn interesse gaat uit naar voorwerpen waarin wetenschap en kunst versmelten om duizenden jaren van vergetelheid of onbegrepenheid te kunnen overwinnen, en zodoende ooit als mestbal te kunnen dienen om nieuwe culturen te voeden en te laten groeien.”

In het kader van Tabularium zal De Cordier de relatie tussen kunst, wetenschap en geschiedenis centraal stellen. Het element ‘tijd’ mystificeert hij zowel als dat hij het relativeert doordat hij het in de uitersten bij elkaar brengt. De vorm waarmee het ‘nu’ wordt ingevuld laat hij balanceren tussen verwijzingen naar zowel millennia geleden als millennia verder in de toekomst. Ergens temidden van een Nebra hemelschijf van zo’n 3600 jaar terug1 en een de Voyager Golden Record2 die de ruimte werd ingestuurd om eens uit de zwaartekracht van ons zonnestelsel te ontsnappen en zodoende misschien ooit andere bewoonde werelden te bereiken.

Verder zal hij met videowerk refereren naar zijn archeologisch scan-project in de omgeving van de piramide van Hawara. Volgens eeuwenoude overlevering heeft zich daar een indrukwekkende tempel bevonden die door de Griekse geschiedschrijver Herodotus, 2500 jaar geleden de naam ‘labyrint’ meekreeg. Latere geschiedschrijvers vermelden eveneens het megalomane bouwwerk. Zo beschrijft Diodorus Sicullus het labyrint van Hawara als de inspiratiebron van Daedalus, gevierd beeldhouwer/architect/uitvinder uit de Griekse mythologie, toen deze het labyrint van Koning Minos in Knossos ontwierp.

Kennis over en doel van zijn Egyptische expeditie wil De Cordier, door het presenteren van verzamelde documenten, persoonlijke ideeën en beelden, in de tentoonstelling integreren.

 

Algemene info

Tabularium # 5 – LABYRINT
Locatie: Projectruimte CBKNijmegen
Van 14.02.2008 t.e.m. 16.03.2008



Voetnoten

  1.  De in 1999 gevonden Nebra-schijf, toont een weerspiegeling van de hemel. Het werd gebruikt als een astronomische klok []
  2. Voyager Golden Record: grammofoonopname die meegestuurd werd met de Voyager-ruimtevaartuigen 1977 / bevatten een selectie geluiden en beelden waarmee het leven en de cultuur op aarde geillustreerd worden met als doel buitenaardse levensvormen te informeren over leven op aarde. []